• Bergschenhoek: 010 - 20 41 500
  • Duiven: 0316 - 28 14 55
  • info@swart.nl

Regels en richtlijnen

Boven de haak

EKH-bedrijven boven de haak keuren standaardtypen hijskranen en hijswerktuigen die aan een vaste plaats of baan zijn gebonden. Over het algemeen worden deze kranen en hijswerktuigen in fabriekshallen toegepast.

Voorbeelden

  • loopkranen (bovenlopend of onderhangend)
  • portaalkranen
  • zwenkkranen (kolom- of muur)
  • hangbaansystemen (monorailsystemen)
  • alle aan bovengenoemde kranen verbonden takels
  • vast opgestelde takels

Regelgeving

De EKH heeft zich ten doel gesteld de onderstaande wettelijke regels, richtlijnen en normen op een eenduidige wijze te interpreteren en uit te werken. Op hoofdlijnen kennen we twee Europese wetten. Deze wetten zijn opgenomen in de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet (wettelijke naleefverplichting). Schematisch ziet het er als volgt uit:

Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)

EG-Machinerichtlijn (bepalingen opgenomen in):
- Warenwet

EG-Richtlijn Arbeidsmiddelen (minimum voorschriften opgenomen in):
- Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit)

Regels en richtlijnen

Wettelijke teksten kranen

Warenwet

Artikel 6d
1. Een hijskraan met een bedrijfslast die gelijk is aan of hoger is dan twee ton wordt ten minste eenmaal per 12 maanden gekeurd. In aanvulling daarop wordt een mobiele kraan of torenkraan, die behoort tot een bij ministeriële regeling omschreven categorie, ten hoogste 24 maanden na de eerste ingebruikneming en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste vierentwintig maanden gekeurd. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aangewezen instelling kan verlangen dat een mobiele of torenkraan in geval van door haar geconstateerde ernstige gebreken, na een kortere termijn dan de termijnen, genoemd in de eerste en tweede volzin, wordt onderzocht op de staat van veiligheid.
2. De periodieke keuring, bedoeld in het eerste lid, vindt ten hoogste een maand na het verstrijken van de genoemde periode plaats indien degene die de keuring uitvoert dit uit oogpunt van bedrijfsvoering noodzakelijk acht.
3. De keuring bedoeld in het eerste lid, eerste zin, wordt uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling. In afwijking daarvan wordt de keuring bedoeld in het eerste lid, tweede zin, van een mobiele kraan of torenkraan uitgevoerd door een aangewezen instelling.
4. De certificaathouder verstrekt de deskundige, Onze Minister of, indien Onze Minister een aangewezen instelling heeft aangewezen, deze instelling, desgevraagd kosteloos alle informatie die nodig is voor de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit artikel.

Artikel 6e
1. De deskundige, bedoeld in artikel 6d, derde lid, eerste zin, Onze Minister of, indien Onze Minister een aangewezen instelling heeft aangewezen, deze instelling, geeft op verzoek een certificaat van goedkeuring af wanneer hij respectievelijk zij heeft vastgesteld dat de hijskraan, bedoeld in artikel 6d, voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, en de afhandeling van het verzoek.
3. De kosten van het afgeven van een certificaat van goedkeuring zijn voor rekening van de verzoeker tot afgifte van het certificaat.

Artikel 6f
1. In de nabijheid van een hijskraan als bedoeld in artikel 6d, eerste lid, bevindt zich een kraanboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de op grond van artikel 6d uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.
2. Op het certificaat van goedkeuring wordt de datum van keuring vermeld, alsmede gegevens betreffende de identificatie van de hijskraan. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van de hijskraan.
3. Het kraanboek en het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 25 van de wet.

Artikel 6fa
1. Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer worden na elke montage op een nieuwe arbeidsplaats en vervolgens telkens na verloop van ten hoogste zes maanden, op de arbeidsplaats door een aangewezen instelling gekeurd.
2. Hijs- en hefwerktuigen voor beroepsmatig personenvervoer worden voor de ingebruikneming na elke herstelling of wijziging op de arbeidsplaats door een aangewezen instelling gekeurd.
3. Bij de keuringen wordt getoetst of voldaan is aan de voor het desbetreffende hijs- en hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in artikel 3. Indien uit de keuring blijkt dat wordt voldaan aan de voor het desbetreffende hijs- of hefwerktuig geldende vervaardigingsvoorschriften, bedoeld in artikel 3, geeft de aangewezen instelling een certificaat van goedkeuring af. Op dit certificaat wordt tevens de herkeuringstermijn aangegeven. Het certificaat van goedkeuring of een afschrift daarvan bevindt zich in de nabijheid van het desbetreffende hijs- of hefwerktuig.
4. Als blijk van goedkeuring brengt de aangewezen instelling op een duidelijke zichtbare plaats op het desbetreffende hijs- of hefwerktuig een kenmerk aan waarop tevens de herkeuringstermijn, welke volgt uit het eerste lid, wordt aangegeven.
5. In de nabijheid van het hijs- of hefwerktuig voor beroepsmatig personenvervoer bevindt zich het hijs- en hefwerktuigboek. In dit boek zijn in ieder geval de resultaten van de uitgevoerde keuringen op adequate wijze vermeld.